Crossmediale storytelling -

Het werk dat door de doelgroep wordt vergeten

HEERENVEEN – Er wordt afgeruimd in het restaurant van zorgcentrum Coornhert State. Inwoners schuifelen tevreden terug naar hun kamer. De pannenkoeken hebben lekker gesmaakt. Een dag als alle anderen. Al zal een aantal bewoners met dementie het als compleet nieuw ervaren. Hoe is het om met dementerenden te werken? Hoe is het als je verrichte arbeid al na vijf minuten wordt vergeten?

Een enkeling neemt zijn of haar gekregen stuk fruit mee naar de kamer. Het plateautje op de rollator zorgt ervoor dat de appel niet van het steunvoertuig op de grond rolt. Eén vrouw heeft duidelijk geen trek meer. Op haar weg naar de uitgang van het restaurant loopt ze langs de lobby, waarin ik op een bank wacht op mijn afspraak. Ze loopt behoorlijk krom en heeft voor haar kleine lengte grote schoenen aan. Het klittenband doet denken aan schoenen van de bowlingbaan.

Ze pakt de appel van het plateautje en biedt me het fruit dwingend aan. ”Wil je deze appel van me hebben?” Terwijl ik beleefd aangeef net te hebben gegeten, besef ik dat mijn afwijzing asociaal is. ”Die lust je wel. Die lust je wel, hoor.” Ik neem de appel aan en stop hem in mijn tas.

De receptioniste vertelt dat de afgesproken plek een paar gangen verderop in het gebouw is. Eenmaal daar staat de deur van de groepsverzorging al op een kier. Binnen zitten acht dementerende ouderen muisstil voor zich uit te turen. Een stagiaire speelt tijdens haar pauze een potje patience op haar telefoon. Alleen een draaiende vaatwasser is te horen. Eén van de aanwezigen begroet me door even te zwaaien, zonder iets te zeggen. De andere zeven blijven roerloos zitten.

Aanslag op de geest

 

Als groepleidster Hennie Oosterhof terugkeert van haar pauze, wordt de stilte met geweld doorbroken. Enthousiast loopt ze de kamer binnen. Uit een inleidend gesprekje blijkt dat Hennie al ruim 28 jaar in de zorg werkt. Het afgelopen halve decennium is ze werkzaam als groepleidster.

Het gaat al snel over de moeilijkheden die komen kijken bij het werken met demente mensen. ”Het werk is geestelijk zwaar. De bewoners kunnen je helemaal ‘leegzuigen’. Dat komt omdat het de hele dag doorgaat. Je bent de bewoners steeds aan het geruststellen. Als iemand naar het toilet moet, als er te weinig suiker in de thee zit, maar ook als iemand denkt dat zijn of haar kind op visite komt, terwijl dat niet zo is. Steeds moet je zeggen dat het wel goed komt. Je wordt continu door ze geclaimd. Aan het einde van de dag zit je hoofd vol. Ik moet dan thuis echt even een half uur acclimatiseren.”

”Je moet heel veel geduld hebben en veel ‘meepraten’. Soms zoeken bewoners naar hun ouders, die al jaren overleden zijn. Om paniek te voorkomen praat je dan mee en pleeg je een leugentje om bestwil door bijvoorbeeld te zeggen dat de ouders van de bewoner even bij iemand op visite zijn.”

Daarnaast komt de intensiviteit van het werken met dementen volgens Hennie deels door het passieve gedrag van mensen met dementie. ”Je moet alle gesprekken en activiteiten zelf opzetten, anders doen ze niets. Als de zorg ze s ‘ochtends niet uit bed haalt, dan denk ik dat ze de hele dag blijven liggen. Als je er zelf niets van maakt, dan zijn de dagen lang.”

Ondanks het geestelijk zware werk wordt snel duidelijk dat Hennie allerminst als een zeur over wil komen. ”Er iets van maken”, neemt ze bloedserieus. Ze spreekt met veel passie over haar beroep, wat ze drie keer per week uitvoert.

Genoegdoening

 

Ze haalt wel degelijk erg veel plezier en genoegdoening uit haar werkdagen. Dat ze haar werk na vijf minuten weer kunnen zijn vergeten is voor Hennie geen probleem. ”Het is ontzettend dankbaar werk. Een glimlach, een leuke opmerking of een grapje is al genoeg. Het gaat om dát moment, dán zijn ze dankbaar. Het moet alleen wel je roeping zijn.”

”Ik vind de bewoners niet zielig. Ze hebben er geen erg meer in. Ze weten niet veel meer, dus ze missen ook niets. Dat maakt het werk dragelijker. Het zijn de laatste levensjaren van de bewoners, dus je bent er normaal gesproken tot en met het einde voor ze. De bewoners worden niet meer beter.”

Jaren geleden was de band met de bewoners zo sterk, dat de verzorgers de overleden personen zelfs aflegden en opbaarden. ”Dat vond ik altijd erg mooi om te doen. De begrafenisondernemer doet dat nu voor ons. Voor sommigen is dat prettig, maar ik vind het wel jammer dat wij dat niet meer doen”, vervolgt ze met een rustige klank in haar stem.

”Hennie!”

 

Het gesprek wordt onderbroken als de vrouw die eerder die middag vriendelijke zwaaide, opstaat. Ze loopt naar Hennie en geeft haar uit het niets een high-five. Dit zal één van die momenten van dankbaarheid zijn, waarop Hennie eerder doelde. De vrouw loopt door, om het hoekje, naar het toilet. Hennie laat het gebeuren en spreekt verder.

Ze legt uit dat de bewoners met dementie veel structuur nodig hebben. Daarom is het weekprogramma vaak hetzelfde. Maandag knutselen, dinsdag stoelyoga, woensdag een activiteit in het restaurant, donderdag kunnen er bloemen worden geplukt in de tuin, vrijdag wordt er weer geknutseld en in het weekend hebben de bewoners een vrije keuze.

Opnieuw wordt het gesprek onderbroken. Het licht valt uit, omdat elektriciens testen of er bij een stroomstoring automatisch wordt overgeschakeld op de noodaggregaat. De test mislukt en het licht blijft een paar minuten gedoofd. ”Hennie!”, klinkt uit het toilet. Ook daar is het donker geworden en de vrouw zit nu dus op een verduisterde wc.  Hennie haast zich naar de vrouw en helpt haar van het toilet. ”Kom maar, dan gaan we even uw handen wassen.” Het licht springt aan en de vrouw neemt weer plaats in haar stoel, om vervolgens het getuur naar buiten te hervatten.

Extreme gevallen

 

De vrouw die in het donker op het toilet zat, wist de naam van haar begeleidster nog. Ondanks dat de dementen in de groepsruimte nog maar weinig vanuit zichzelf ondernemen en veel vergeten, zijn ze nog in staat om ’s nachts en ’s avonds alleen op hun kamer te blijven. Coornhert State is dan ook geen gesloten inrichting. Zodra de situatie van de bewoner erg verslechtert, wordt de dementiepatiënt overgeplaatst naar een verpleeghuis.

Toch ervaart ook Hennie uitwassen van de ziekte waarin het lichaam van de patiënt te oud is voor het brein; dementie. Ze geeft een aantal voorbeelden. ”Het komt wel voor dat een bewoner zo slecht wordt, dat hij of zij met ontlasting begint te smeren. Of dat er iemand wegloopt, omdat die bewoner denkt een bezoeker te zijn. Dan zijn ze dus vergeten dat ze hier wonen.”

Onbegrip bij bewoners onderling

 

Zoals elke baan heeft ook die van Hennie z’n nadelen. ”Het is elke dag hetzelfde. Herhaling, herhaling, herhaling. Soms moet ik wel even tot tien tellen. Vooral als de bewoners onderling irritaties hebben. Die irritaties komen doordat ze elkaar niet begrijpen. De ene is beter dan de ander. Ze zitten immers allemaal in een ander stadium van dementie.”

”Dan gaat het bijvoorbeeld twee uur lang over een sleutel die een bewoner kwijt is. Daar kunnen ze  zo een hele middag over doorgaan. Dat zit dan eenmaal in hun hoofd. Een half uurtje zoiets aanhoren gaat wel, maar als dat de hele middag duurt, dan ben je daar weleens klaar mee.”

Daarbij komt direct een voordeel van de vergeetachtigheid van de bewoners kijken. Niemand onthoudt de onderlinge irritaties. ”Ik houd daarnaast altijd in mijn achterhoofd dat ze er niets aan kunnen doen.” Desondanks blijkt uit haar verhalen dat de nadelen van haar werk niet opwegen tegen de voordelen. Ook aan haar gezichtsuitdrukking merk je dat ze van haar werk geniet.

Als het gesprek ten einde loopt, werp ik nog een blik richting de vrouw die net op de donkere wc om haar verzorgster riep. Ze is het tafereel waarschijnlijk alweer vergeten en kijkt nog steeds naar buiten. Ik loop door de gangen terug richting de uitgang en hoor Hennie zich alweer ontfermen over de dementerenden. Ik loop door langs de lobby en de bank waar ik eerder die middag zat te wachten.  Als ik de rits van mijn jas dicht heb, open ik mijn tas om mijn notitieblok op te bergen. Ik voel de appel die ik van de kleine vrouw met bowlingschoenen in mijn hand kreeg gedrukt. In de auto besluit ik ‘m op te eten.

Tags: , , , , , , ,

One Comment : Leave a Reply

  1. Suzan schreef:

    Mooi stuk Geart, geeft mooi weer hoe zoiets gaat!

Leave a Reply